Om onze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Bekijk onze privacy policy.
Gratis verzending vanaf 50,- in NL

AIS

Wat moet een watersporter weten over AIS?

Automatic Identification System (AIS)

AIS, of 'Automatic Identification System', is een perfecte manier om te zien en gezien te worden in drukke havens, scheepvaartroutes en op open zee. Het is een eenvoudig concept dat statische en dynamische scheepsinformatie samenvoegt en deze door middel van een transceiver uitzendt. Deze gegevens kunnen worden ontvangen door receivers en vervolgens zichtbaar gemaakt worden. Hierdoor is men in staat een real-time beeld te creëren van de maritieme omgeving.

Er is dus een belangrijk onderscheid tussen een AIS receiver en transceiver. In Nederland worden deze ook wel respectievelijk een AIS ontvanger en een AIS transponder genoemd. Een receiver ontvangt alleen AIS informatie terwijl een AIS transceiver informatie zendt en ontvangt. Een transceiver zorgt ervoor dat u zichtbaar bent (in ieder geval door de beroepsvaart) en heft een groot deel van de beperkingen van een radarreflector op.

De dynamische gegevens, zoals bijvoorbeeld de snelheid, koers en positie van het vaartuig, worden bepaald met behulp van een Global Navigation system (GPS en Glonass). De statische gegevens worden ontleend aan de tijdens configuratie van de unit ingevoerde gegevens zoals bijvoorbeeld een MMSI nummer. Elke AIS transceiver moet dus voor gebruik geconfigureerd worden.

AIS transceivers moeten daarom aangesloten worden op een GPS (anders ontbreekt de vitale dynamische informatie). Bovendien is de GPS informatie noodzakelijk om 'de klokken van de AIS transceivers gelijk te laten lopen'. Dit laatste is cruciaal voor een goede werking van de onderlinge communicatie.
Receivers dienen altijd te worden aangesloten op een display waarop positie-informatie beschikbaar is. Sommige AIS receivers hebben een eigen display. Met deze receivers wordt daarom altijd met een GPS ontvanger (intern of extern) mee geleverd. Het heeft namelijk geen zin positie-informatie van vaartuigen in de onmiddellijke nabijheid te ontvangen als deze niet gerelateerd kan worden aan de eigen positie.

AIS transceivers zenden de informatie naar andere schepen, walstations of andere navigatiehulpen (AtoN). Het systeem voorziet in vele voordelen voor zeevarenden inclusief veiligheid- en identificatie oplossingen zowel als aantrekkelijke voordelen voor de watersport (om bijvoorbeeld bevriende watersporters te vinden).




?
Hoe het werkt

Het voordeel van AIS boven andere technologieën (zoals radar) is dat het vaartuig gerelateerde informatie verzendt op een gestructureerde manier, waarbij dus statische en dynamische informatie gekoppeld wordt.
De gegevens worden uitgezonden in de VHF band (met frequenties die net boven de VHF of marifoonband liggen). Er worden twee frequenties gebruikt: De AS1: 161.975 MHz en AIS2: 162.025 MHz. Het systeem maakt gebruik van een zogenoemde 'slot map'. Dit is een tijdlijn in de nabije toekomst die verdeeld is in korte 'time slots'. Dit is een korte tijdsperiode die door een AIS transceiver geclaimd en/of gebruikt kan worden. Een slot dat bezet is wordt gemeld aan de, binnen het bereik zijnde AIS zenders zodat er geen 'spraakverwarring' optreedt.

Statische en dynamische informatie

De volgende gegevens worden ontvangen en/of verstuurd (geen compleet overzicht): (Vet gedrukt is class A).
Statisch:
-Naam en callsign;
-lengte en breedte van het vaartuig;
-Scheepstype;
-MMSI-nummer (Maritime Mobile Service Identity)
-IMO-nummer
Dynamisch:
-Actuele positie
-Actuele koers en snelheid
-Diepgang
-Lading
-Bestemming
-Verwachte tijd van aankomst

AIS class A en Class B

Er zijn 2 verschillende 'klassen' van AIS transceivers gedefinieerd en daaruit zijn 3 varianten ontstaan. Class A voor de beroepsvaart en een eenvoudiger (en vooral goedkopere) versie voor de niet-beroepsvaart namelijk Class B. Recentelijk is er een derde mogelijkheid geïntroduceerd namelijk de Class B SOTDMA . Deze laatste is een noviteit waarbij een Class B transceiver met een aantal eigenschappen van class A is uitgerust. Hierdoor ontstaat een unit die qua techniek en toepassingsmogelijkheden zich bevindt tussen de class A en B in. Met andere woorden: Deze nieuwe variant voldoet niet aan de vereisten voor een class A transceiver en is dus volgens de regels een Class B maar komt wel 'dicht in de buurt' van de class A.
Hoewel ogenschijnlijk identiek in gebruik en uitvoering bestaan er aanzienlijke verschillen tussen Class A en B transceiver .Op de eerste plaats verschilt de informatie die uitgezonden wordt nogal. De zendfrequentie ligt voor een Class A een stuk hoger. Maar ook de gebruikte techniek is heel verschillend. Class A zenders kunnen een 'time-slot' claimen en gebruiken en kunnen tegelijkertijd een aantal vrije 'time-slots' in de nabije toekomst claimen. Class B transceivers zoeken het eerst volgende vrije 'slot' en gebruiken die, zonder verder in de toekomst een vrij slot te claimen of te reserveren.

Globaal zijn er dus drie verschillende zendtechnieken:
-De transceiver die een reeks van 'time-slots' reserveert of claimt om vervolgens in die tijdsperioden een uitzending verzorgen.
-De transceiver die een vrij slot zoekt en gebruikt zonder een reservering in de nabije toekomst. De transceiver gaat dus voor elke uitzending op zoek gaat naar een vrij 'slot'. In drukke gebieden is de uitzending niet altijd gegarandeerd.
-De transceiver die niet een vrij slot zoekt maar zenders in de omgeving 'dwingt' met zenden te stoppen of zendt in het voorbijgaan aan de beschikbaarheid van een vrij 'slot'.
Techniek in detail (alleen voor echt geïnteresseerden)

De gebruikte technieken zijn:
Class A: Self organised Time Division Multiple Access (SOTDMA) wordt gebruikt door de Class A transceivers. Deze techniek maakt het mogelijk reeks 'time-slots' te claimen over een langere periode.

Class B: Carrier Sense Time Division Multiple Access (CSTDMA) deze techniek zoekt naar een vrij slot en maakt hier vervolgens gebruik van. Claimen of reserveren in de nabije toekomst is niet mogelijk en deze apparatuur scant dus met regelmatige tussenpozen op zoek naar een vrij 'slot'.

AtoN: Fixed Acces Time Division Multiple Access (FATDMA) Deze techniek wordt gebruikt door zogenoemde Aids to Navigation (AtoN). Deze techniek wordt toegepast als de te gebruiken 'time-slots' door een AIS basis station worden beheerd.

AtoN: Random Access Time Division Multiple Access. Deze techniek wordt ook gebruikt door AtoN's en lijkt op de CSTDMA techniek. De AtoN scant voor een vrij time-slot en gebruikt deze direct.

In noodsituaties wordt gebruik gemaakt van de Pre Announced Time Division Multiple access (PATDMA). In dit geval wordt de informatie altijd uitgezonden zonder een vrij 'time-slot' te gebruiken.

?

Wat is een AtoN?

Een AIS AtoN oftewel een Aid to Navigation ( hulpmiddel voor navigatie) is een AIS-zender die speciaal is ontworpen om de navigatie bij bekende gevaren zoals bij vuurtorens, lichtboeien en bakens, voor de scheepvaart gemakkelijker te maken. Een AtoN wordt door IALA (International Auxiliary Language Association) gedefinieerd als: 'a device or system external to vessels that is designed and operated to enhance the safe and efficient navigation of vessels and/or vessel traffic'.
"Een AIS AtoN zendt een nauwkeurige positie uit en toont zo exact waar een lichtboei, een windturbine of een ander gevaar voor navigatie zich in het vaarwater bevindt.
"Een AIS AtoN kan worden aangesloten op verscheidene sensoren, zoals bijv. weer- en hydrologische sensoren die op de locatie van de AtoN relevante gegevens doorgeven. De gegevens die de sensor stuurt worden gecombineerd met eigen gegevens van de AtoN ( AIS-gegevens ) en verzonden. Hiermee komt informatie beschikbaar waarmee de navigatie eenvoudiger / gemakkelijker wordt.
"Een AIS AtoN werkt op een 'solar powered' accusysteem, ontworpen om voldoende stroom te leveren aan de AtoN en alle andere apparatuur op het platform, onder alle weersomstandigheden.

De gedetailleerde verschillen tussen class A en B uitvoeringen

Class A en B AIS transponders onderscheiden zich als volgt:
-Zendperiode: Een Class B zend (zeker als het vaartuig voor anker ligt) met een veel grotere zendperiode uit als Class A. dit kan zelfs wel oplopen tot 10 minuten tussentijd. Voor een Class A geldt dat de maximale tijd tussen 2 uitzendingen nooit boven de 3 minuten komt.
-Techniek: De gebruikte techniek is verschillend. Class A maakt gebruik van de 'Self-organised'-techniek, terwijl class B gebruik maakt van de 'carrier sense'- techniek. Een Class B is dus ietwat 'beleefder' en zoekt naar een vrij slot terwijl class A een reeks van 'time-slots' claimt. Inmiddels is er ook een class B in de handel die de 'self-organised'- techniek gebruikt.
-Zender: Class B zendt uit op 2 Watt 8 - 10 mijl) , terwijl Class A uitzend op 12,5 Watt. Het bereik van een Class A is dus aanzienlijk groter. Class B SOTDMA zendt uit met 5 W.
-Interfaces: Een Class A heeft de beschikking over 6 seriële interfaces terwijl een Class B beschikt over USB, NMEA 0183, NMEA 2000, wifi (afhankelijk van merk en type).
-Receiver: Een AIS receiver Class B (alleen in Class B uitvoering verkrijgbaar) heeft een ontvanger die tussen 2 kanalen schakelt.
-GPS: Een class B wordt altijd uitgerust met (al dan niet interne) GPS ontvanger en/of antenne.
-In tabelvorm:
Class TechniekZendperiodeZendvermogen [W]
Class ASOTDMA< 6 sec. 12
Class BCSTDMA30 seconden2
Class B SOTDMA SOTDMA< 6 sec. 5

AIS en radar

Radar is een primair navigatiesysteem. Het systeem neemt namelijk alles om zich heen waar en is niet afhankelijk van voorzieningen op een ander vaartuig.

Voordelen van AIS ten opzichte van radar op het binnenwater zijn:
"AIS kan als het ware "om de hoek" kijken, het heeft geen last van bruggen en hoge gebouwen.
"er kan volstaan worden met een veel eenvoudiger basisstation dan bij radar. Er is geen zender met een hoog vermogen nodig en evenmin een roterende antenne; een eenvoudige sprietantenne volstaat.
"Als AIS in de "ship-to-ship mode" werkt kan de 'officier van de wacht' aan boord van een zeeschip zien wat de positie, koers en snelheid van andere schepen in de buurt is, mits die andere schepen ook een AIS-systeem aan boord hebben.
Nadeel van AIS ten opzichte van radar:
"Alleen schepen met een (ingeschakelde en werkende) transceiver aan boord worden "gezien". Aangezien AIS niet voor alle scheepstypen verplicht is of wordt - met name niet voor kleine vaartuigen die niet internationaal reizen, dus meestal pleziervaart - zal er altijd scheepvaartverkeer zijn dat door AIS niet "gedekt" wordt (in het jargon "blindgangers"). Daarom mag AIS in de professionele vaart niet als zelfstandig systeem gebruikt worden, maar alleen als aanvulling op radarsystemen. De AIS-informatie wordt dan samengevoegd met de radarinformatie afgebeeld op het radarscherm, tegenwoordig vaak geïntegreerd met een elektronische navigatiekaart.

AIS en watersport
Welke aspecten spelen een rol bij de aanschaf van een AIS voor u als watersporter?
-Wanneer is het verstandig een AIS receiver aan te schaffen en wanneer een transceiver? Als u nooit/zelden op zee vaart is een transceiver onnodig en deze levert op bijvoorbeeld het IJsselmeer nauwelijks extra veiligheid op. U kunt dan beter voor een receiver kiezen. Uiteraard blijft gelden: "baat het niet? het schaadt zeker niet!".
-Een class A transceiver is alleen nodig indien de regelgeving dit vereist. Voor recreatie schepen korter dan 20 meter is dit nooit het geval. Een keuze voor een class B transceiver is dan zeer voor de hand liggend;
-Wanneer is het verstandig te kiezen voor een class B SOTDMA? Eigen alleen zinvol als u en veel op zee vaart, én een hoge bootsnelheid hebt. (>15 knopen). Voor Speed-Cruisers kan de zend frequentie van AIS class B transceiver te laag zijn.
-Voordelen AIS :
oHet vergroot de veiligheid op het water;
oHet biedt meer mogelijkheden om ook bij slecht zicht te varen;
oGeen vraagtekens meer: "kunnen we voorlangs of moeten we onze koers aanpassen?";
oObstakels vormen geen belemmering zoals bij radar;
oBetere planning bij bruggen en sluizen;
oIn tegenstelling tot radar word je altijd gezien;
oAIS maakt het eenvoudig om andere schepen aan te roepen, de beroepsvaart reageert daar heel positief op;
oHet opsporen van bekenden;
Bedieningsvereisten
-Voor het gebruik van AIS apparatuur class B en A kan volstaan worden met een marifonie basiscertificaat.
-De apparatuur dient wel aangemeld te worden bij het Agentschap Telecom. U ontvangt dan een MMSI nummer.
-Een MMSI nummer is niet aan het apparaat maar aan een vaartuig gekoppeld.
-U moet wel uw zend apparatuur bij het agentschap telecom registreren maar hebt voor uw vaartuig één MMSI nummer.
-Elke (zend-)component dient afzonderlijk door u geregistreerd te worden bij het Agentschap Telecom.
Wat verstaan wij onder een MMSI nummer?
Het MMSI-nummer (Maritieme Mobile Service Identiteit-nummer) is een uniek getal van negen cijfers dat een radiostation of groep van stations identificeert. Bij het uitzenden van een DSC-boodschap wordt het MMSI-nummer automatisch meegezonden. Het is een doelmatig middel om opsporings- en reddingsacties (Search and Rescue) snel van start te laten gaan. Men kan tevens boodschappen adresseren aan stations door middel van hun MMSI-nummer. Het MMSI-nummer heeft een standaardformaat (zoals een telefoonnummer) en geeft informatie over het station type, het land van registratie en de identiteit van het schip. In België houdt het BIPT deze database bij, in Nederland is dit het Agentschap Telecom.
MMSI is een deel van het GMDSS (Global Maritime Distress and Safety System). Het MMSI-nummer is vergelijkbaar met ATIS. In principe was ATIS voor binnenvaart en MMSI voor de zeevaart. Maar met de komst van Inland-AIS zal het MMSI-nummer ook worden gebruikt in de binnenvaart.
Een MMSI bestaat uit een 9-cijferig nummer. De in Nederland uitgegeven nummers beginnen met 244, 245 en 246. Een schip is herkenbaar aan een MMSI zonder voorloopnullen (bijvoorbeeld 244999999), een groep aan één voorloop-nul (bijvoorbeeld 024499999) en een walstation aan twee voorloopnullen (bijvoorbeeld 002449999).
Installatie aspecten
-Een class B transponder of transceiver moet altijd gevoed worden door een eigen ('dedicated') GPS ontvanger. Deze wordt meestal met de AIS meegeleverd als externe GPS ontvanger of als interne ontvanger (soms in combinatie met een externe AIS antenne).
-Een AIS receiver zendt geen positie informatie uit en hoeft dus niet te beschikken over positie informatie. Uiteraard ontvangt hij wel positie informatie. Wil deze informatie van enig nut zijn, dan moet de AIS ontvanger gekoppeld worden met:
oPlotter of MFD waarop positie informatie voorhanden is.
oEen smartphone of tablet via WIFI met een ingebouwde GPS ontvanger.
-Voor positie informatie die nodig is voor de AIS transceiver kan men niet terugvallen op een reeds in het navigatiesysteem, of aan de backbone gekoppelde, aanwezige GPS ontvanger. Wel kan de aan de AIS gekoppelde GPS gebruikt worden om andere componenten van het navigatiesysteem te voorzien van positie informatie. Units die dit kunnen hebben een zogenoemde multiplexer 'aan boord'. De communicatie snelheid is bijzonder belangrijk vandaar dat de GPS ontvanger direct aan de AIS transceiver gekoppeld moet worden.
-Voor de (beroeps-) binnenvaart gelden speciale eisen. Wij adviseren hiervoor bijvoorbeeld de Em-trak AIS A100 Inland. Deze moet gecertificeerd worden door een geaccrediteerd installatiebedrijf. George Kniest is niet geaccrediteerd en kan dus deze certificering niet voor u verzorgen. Ook het inbouwen laten wij altijd over aan scheeps-service bedrijven. Wij hebben geen eigen installatie afdeling.
-Een AIS heeft een VHF antenne nodig. Vaak wordt de AIS gekoppeld aan de reeds aanwezig marifoonantenne door middel van een zogenoemde antenne splitter. Voor schepen langer dan 20 meter vanaf klasse CEMT 1 (binnenvaart 'Spits') is een AIS transceiver verplicht.
-Een gecombineerd gebruik van de VHF-antenne en een kabel voor de VHF-marifooninstallatie én het Inland AIS-apparaat is niet toegestaan. In dit geval mag dus niet gebruik gemaakt worden van een antenne splitter.
-Bij de plaatsing van de AIS antenne spelen een aantal voorkeuren een rol.
oHoe hoger de antenne des te groter het (zicht-) bereik.
oBij zeegang verdwijnt de AIS antenne al gauw 'tussen de golven' waardoor de ontvangst maar ook de uitzending geblokkeerd wordt.
Advies: Plaats de antenne zo hoog mogelijk.
-Zeker aan boord van zeilschepen (< 20 m) met een enkele mast is een antennesplitter zeer aan te bevelen.
-Als een zowel een antenne voor de Marifoon als een afzonderlijke antenne voor de AIS wordt toegepast dan moeten deze zo ver mogelijk uit elkaar geplaatst worden. Bij voorkeur één op de grote en één op de bezaansmast.

Regelgeving
-De IMO (Internationale Maritieme Organisatie) stelt dat alle zee- en vissersschepen met een lengte-over-all van meer dan 12 meter, een IMO Class A-transceiver aan boord dienen te hebben.
-Daarnaast ligt er de aanvullende eis van de Nederlandse overheid dat elk beroepsmatig gebruikt vaartuig op zee altijd een Class A transceiver moet voeren.
-Voor de recreatievaart (korter dan 20 meter) geldt in principe geen verplichting, hoewel het uit oogpunt van veiligheid best aanbevelingswaardig is om een AIS ontvanger of zelfs (bij zeezeilen) een transceiver aan boord te hebben.
-Per 1 december 2014 wordt voor alle vaartuigen groter dan 20 meter op binnenwater Inland AIS verplicht. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart heeft in de plenaire herfstzitting op 5 december 2013 besloten het Rijnvaartpolitiereglement, artikel 4.07, aan te passen. Daarmee wordt op de wateren die tot de Rijn worden gerekend per 1 december 2014 het gebruik van een AIS transceiver verplicht, in combinatie met een elektronische vaarkaart, voor schepen van 20 meter en langer. In dit geval een Inland ECDIS-kaart of een vergelijkbaar visualiseringsysteem. Er wordt géén onderscheid gemaakt tussen beroeps- en recreatievaart, het gaat om de "grote schepen" volgens de wet
Raymarine AIS 700 aanbieding
Whisper power AGM accu
Dekzeilen aanbieding
Coax plug solderen
Omschakelbaar dieselfilter
KNRM app